Module 2 · 2.1
Nederlands
Voorbereiden: hosting, domein en https
Module 2: Installeren en inrichten · Leestijd: 8 minuten
Leerdoel: Na deze les kun je nagaan of hosting, domein en certificaat klaar zijn voordat je WordPress installeert, en weet je welke keuzes je vooraf maakt.
Kernbegrippen: systeemeisen, PHP-versie, MariaDB/MySQL, A- en AAAA-record, certificaat, kale naam of www, hoofdmap, submap, subdomein, testen voor de DNS-wissel
Waarom voorbereiden loont
Een installatie duurt een paar minuten. Maar wie installeert terwijl het domein nog naar een andere server wijst, of zonder certificaat, krijgt later lastige problemen: een site die op http:// is ingesteld en daarna "niet veilig" toont, een installatie op een tijdelijk adres waar alle links naar verwijzen, of een oude startpagina die voor WordPress gaat. Tien minuten voorbereiden scheelt uren repareren.
De systeemeisen
WordPress draait op bijna elke hosting met PHP en een database. wordpress.org adviseert (stand november 2026):
| Onderdeel | Advies van wordpress.org |
|---|---|
| PHP | versie 8.3 of hoger |
| Database | MariaDB 10.11 of hoger, of MySQL 8.0 of hoger |
| Verbinding | ondersteuning voor HTTPS |
WordPress werkt nog op oudere PHP-versies (de minimumversie is lager), maar een oude PHP-versie krijgt geen beveiligingsupdates meer en is trager. Kies bij een nieuwe site dus de nieuwste PHP-versie die je hoster aanbiedt en die je plugins ondersteunen (les 8.4).
Kijk ook naar de limieten van je pakket: opslagruimte (uploads en back-ups groeien), geheugen voor PHP (memory_limit, voor de meeste sites is 256 MB ruim) en het maximum voor uploads (upload_max_filesize). Die stel je bij veel hosters zelf in; bij DirectAdmin in Select PHP version.
Het domein moet naar je hosting wijzen
Een browser vindt je site via de DNS: het A-record (IPv4) en eventueel het AAAA-record (IPv6) van je domein moeten naar het IP-adres van je hostingserver wijzen. In de DNS-cursus (les 3.1) lees je hoe dat werkt.
Waar je op let:
- Kale naam en www: zorg dat zowel
example.comalswww.example.comnaar dezelfde server wijzen (www vaak met een CNAME naar de kale naam). - Geen oude AAAA: wijst het A-record naar de nieuwe server, maar staat er nog een AAAA-record naar de oude, dan komen bezoekers met IPv6 bij de oude server uit.
- Wachttijd: een DNS-wijziging is niet overal meteen zichtbaar (TTL, DNS-cursus les 6.1). Plan dat in.
Wijst je domein nog naar een andere partij (bijvoorbeeld omdat je oude site daar nog draait)? Dan kun je toch al installeren en testen. Twee manieren:
- Het hosts-bestand op je eigen computer: je laat alleen jouw computer het domein naar het nieuwe IP-adres sturen. De rest van de wereld ziet nog de oude site.
- Een testadres of meekijkdienst van je hoster, waarmee je de site op de nieuwe server bekijkt onder het echte domein. Bij WebOké heet dat "Test je website voor verhuizing"; andere hosters hebben vergelijkbare voorvertoningen.
Installeer niet op een tijdelijk adres van de server, zoals https://server.example.net/~gebruiker/. WordPress schrijft het adres waarop je installeert in de database (siteurl en home, les 1.3) en in alle links in je inhoud. Dat moet je daarna allemaal omzetten.
Eerst het certificaat
Vraag een certificaat aan voordat je installeert. Dan kun je in de installer meteen het adres met https:// kiezen, en staat alles vanaf de eerste dag goed. Een gratis Let's Encrypt-certificaat regelen de meeste hosters met één klik of automatisch.
Let's Encrypt controleert of het domein echt naar jouw server wijst. Wijst de DNS nog naar de oude server, dan lukt de aanvraag niet. De volgorde is dus:
- DNS naar de nieuwe server (of wachten tot dat zo is).
- Certificaat aanvragen, voor de kale naam én www.
- WordPress installeren op
https://.
Moet je installeren voordat de DNS omgaat? Installeer dan toch op het echte adres met https://. Zodra de DNS is omgezet, vraag je het certificaat aan; tot die tijd ziet alleen jij (via het hosts-bestand of het testadres) een waarschuwing.
Waar komt WordPress te staan?
Drie mogelijkheden:
| Plek | Adres | Wanneer |
|---|---|---|
| Hoofdmap van het domein | https://example.com/ | De gewone keuze voor je hoofdsite |
| Submap | https://example.com/blog/ | Als de rest van het domein iets anders is |
| Subdomein | https://test.example.com/ | Voor een testsite, een tweede site of een staging-omgeving (les 8.3) |
Twee valkuilen bij de hoofdmap:
- Oude bestanden: staat er nog een
index.html(bijvoorbeeld een standaard "hier komt je site"-pagina), dan kan de webserver die voorrang geven op WordPress. Haal oude bestanden eerst weg of zet ze opzij. - Een oude site die je wilt bewaren: maak eerst een back-up en installeer WordPress dan liever op een subdomein om te testen. Pas als de nieuwe site klaar is, zet je hem op de hoofdmap (les 9.5 over verhuizen).
Kale naam of www?
Kies vooraf of je site op example.com of www.example.com komt. Allebei is prima; het gaat erom dat je kiest. De andere variant stuur je later door (les 3.2). Kies je in de installer https://www.example.com, dan schrijft WordPress dat overal in; achteraf wisselen kan, maar kost een zoek-en-vervangronde in de database.
Wat je klaarlegt
Leg dit klaar voordat je de installer opent:
- een e-mailadres voor de beheerder dat je zelf leest (hier komen wachtwoordlinks en meldingen van WordPress naartoe);
- een gebruikersnaam voor de beheerder die niet
adminis en niet je publieke naam; - een wachtwoordmanager om het lange wachtwoord in te bewaren;
- de naam en een korte omschrijving van je site (kun je later wijzigen);
- de taal van de site.
In de praktijk: zo ziet het eruit in een paneel
Als voorbeeld gebruiken we DirectAdmin. In cPanel en Plesk zitten dezelfde onderdelen onder andere namen (SSL/TLS, PHP Selector of PHP Settings).
- Controleer bij DNS-beheer (of bij je registrar) dat het A-record en www naar het IP-adres van je pakket wijzen.
- Vraag bij SSL-certificaten een Let's Encrypt-certificaat aan voor
example.comenwww.example.com. - Kies bij Select PHP version de nieuwste PHP-versie die je wilt gebruiken.
- Kijk in Bestandsbeheer of
public_htmlleeg is, op eventuele bestanden van de hoster na.
Samenvatting
- wordpress.org adviseert PHP 8.3 of hoger en MariaDB 10.11+ of MySQL 8.0+, plus HTTPS.
- Het domein (kale naam en www) moet naar je hosting wijzen; ruim oude AAAA-records op.
- Vraag het certificaat aan vóór de installatie en installeer meteen op
https://. - Installeer niet op een tijdelijk serveradres; test vóór de DNS-wissel via het hosts-bestand of een testadres.
- Kies vooraf de plek (hoofdmap, submap, subdomein) en kale naam of www, en haal oude startbestanden weg.
Quiz
Opdracht
Opdracht A2.1: Is je domein klaar voor WordPress? Vul het domein in waarop je WordPress wilt installeren (of hebt geïnstalleerd). Het programma controleert of de kale naam en www naar een publiek IP-adres wijzen, of A en AAAA naar dezelfde server lijken te gaan, en of er op poort 443 een geldig certificaat staat dat beide namen dekt. Vul ook zelf in welke van de twee je als hoofdadres kiest.
Verder lezen
Deze artikelen beschrijven de stappen in de panelen van WebOké; in andere panelen werken ze vergelijkbaar.
- DirectAdmin handleiding 13.2: WordPress installeren
- DirectAdmin handleiding 6.2: Een gratis Let's Encrypt-certificaat aanvragen
- DirectAdmin handleiding 18.8: Mijn website testen voordat het domein verhuisd is
- WebOké handleiding 14.2: Je website testen vóór een verhuizing
- Gratis DNS-cursus 3.1: A- en AAAA-records
- Systeemeisen van WordPress (wordpress.org, Engels): https://wordpress.org/about/requirements/
