Direct naar de inhoud

Cookie-instellingen

Kies per soort welke cookies je toestaat. Je kunt je keuze altijd wijzigen via Cookie-instellingen onderaan elke pagina. Privacyverklaring

Noodzakelijk

Altijd aan

Nodig om in te loggen, je winkelwagen te bewaren en je keuzes te onthouden. Deze staan altijd aan.

Welke cookies?
  • weboke_sessie, weboke_klant, weboke_remember: je sessie en ingelogd blijven
  • weboke_basket: je winkelwagen
  • wkBtwIncl: prijzen met of zonder btw tonen
  • wok_cookies: je cookiekeuze, 12 maanden

Meet welke advertentie tot een bezoek of bestelling leidt, zodat we niet betalen voor advertenties die niets doen.

Welke cookies?
  • Google Ads via Google Tag Manager (_gcl_au, _gcl_aw), tot 90 dagen
  • OpenAI Ads, advertenties in ChatGPT
  • wok_aff: via welke partner je bij ons kwam (affiliateprogramma), 60 dagen

4,6

Land en taal

Elk land heeft zijn eigen site, met prijzen en btw van dat land.

Bekijken

MX-records en prioriteit

Module 4: Records voor e-mail · Leestijd: 8 minuten

Leerdoel: Na deze les kun je MX-records lezen en instellen, de prioriteit goed kiezen en uitleggen wat er gebeurt als een domein geen MX-record heeft.

Kernbegrippen: MX-record, prioriteit (preference), back-up-MX, mailserver (hostnaam), impliciete MX, null MX, lokale aflevering

Waar moet de mail heen?

Stuurt iemand een mail naar info@example.com, dan moet de mailserver van de afzender uitzoeken bij welke server die mail afgeleverd moet worden. Dat zoekt hij op in de DNS, met een vraag naar het MX-record (Mail eXchanger) van example.com.

Het antwoord is geen IP-adres, maar een lijstje met mailservers, elk met een getal ervoor:

example.com.   3600  IN  MX  10 mail.example.com.
example.com.   3600  IN  MX  20 backup.example.net.

Daarna vraagt de verzendende server het A- of AAAA-record van mail.example.com op, en pas dan weet hij welk IP-adres hij moet bellen. Een MX-record wijst dus altijd naar een naam, die zelf weer een A- of AAAA-record heeft.

Het MX-record staat bijna altijd op de domeinnaam zelf (@), want het gaat om het deel achter de @ in het e-mailadres. Wil je mail ontvangen op info@nieuws.example.com, dan heeft nieuws.example.com een eigen MX-record nodig.

MX-records en prioriteit in DirectAdmin 0:56

Prioriteit: laag gaat eerst

Het getal voor de mailserver heet de prioriteit (in de standaard, RFC 5321, heet het preference). De regel is simpel:

  • Hoe lager het getal, hoe eerder die server aan de beurt is.
  • Is die server niet bereikbaar, dan probeert de afzender de volgende.
  • Hebben twee servers hetzelfde getal, dan verdeelt de afzender de mail willekeurig over beide. Zo kun je de belasting spreiden.

Het getal zelf betekent niets. 0, 1, 5, 10 of 100: alleen de volgorde telt. Een record met prioriteit 10 en een met 20 werkt precies hetzelfde als 1 en 2. Geeft je mailprovider een getal op, neem dat dan over. Geeft hij één server op, dan maakt het getal niet uit.

Een server met een hoger getal noemen we vaak een back-up-MX. Vroeger was dat gebruikelijk: lag je eigen server eruit, dan bewaarde de back-up de mail. Tegenwoordig bewaart een verzendende server mail zelf een paar dagen en probeert hij het opnieuw. Een back-up-MX die niet goed is ingesteld (bijvoorbeeld zonder spamfilter) trekt juist spam aan. Gebruik er dus alleen een als je provider dat zo opgeeft.

Regels voor een goed MX-record

  1. Een naam, geen IP-adres. MX 10 192.0.2.25 is ongeldig. Maak een A-record mail met 192.0.2.25 en laat de MX naar mail.example.com. wijzen.
  2. Niet naar een CNAME. De naam in een MX-record moet zelf een A- of AAAA-record hebben, geen CNAME (RFC 2181, paragraaf 10.3). Veel servers lossen het toch op, maar niet allemaal.
  3. De punt aan het eind. In veel panelen typ je mail.example.com. met een punt. Zonder punt plakt het paneel je domeinnaam er nog eens achter: mail.example.com.example.com. Die naam bestaat niet, en je mail komt niet aan.
  4. De mailserver moet bestaan. Wijst de MX naar een naam zonder A- of AAAA-record, dan komt er niets aan. Dit zien we in de praktijk vaak als iemand de nameservers van zijn domein naar een sitebouwer verhuist: het MX-record gaat mee, maar het A-record van mail niet.
  5. Oude records weg. Ga je over naar een andere mailprovider, haal dan de MX-records van de oude provider weg. Laat je ze staan, dan komt een deel van je mail nog bij de oude provider binnen.

Geen MX-record: impliciete MX en null MX

Wat gebeurt er als een domein helemaal geen MX-record heeft? Volgens RFC 5321 probeert de verzendende server dan het A- of AAAA-record van de domeinnaam zelf. Dat heet de impliciete MX. Staat je website op een server zonder mail, dan probeert de wereld zijn mail dus bij je webserver af te leveren. Dat geeft vertraging en foutmeldingen bij de afzender.

Wil je duidelijk maken dat een domein nooit mail ontvangt, gebruik dan een null MX (RFC 7505):

example.net.  3600  IN  MX  0 .

Prioriteit 0 en als mailserver alleen een punt. Een verzender ziet dan meteen dat hij niet hoeft te proberen en stuurt de afzender direct een nette foutmelding. Combineer dit met een SPF-record v=spf1 -all (les 4.3) als het domein ook geen mail verstuurt.

Lokale aflevering: de val bij hosting met mail

Veel hostingpakketten hebben een webserver en een mailserver op één machine. Die server denkt standaard: "mail voor dit domein lever ik zelf af". Verhuis je je mail naar een andere provider, dan pas je de MX-records aan, maar onthoudt de server dat niet vanzelf. Gevolg: mail van je eigen contactformulier, en van andere websites op dezelfde server, blijft op de oude server hangen en komt nooit bij je nieuwe provider aan. De afzender krijgt soms 550 Unknown user terug.

Deze vraag krijgen hostingbedrijven heel vaak. In de meeste panelen zit daarom een schakelaar met een naam als "Gebruik deze server om mijn e-mails af te handelen" of "Lokale mailaflevering". Zet je mail bij een andere partij? Wijzig de MX én zet die schakelaar uit. Doe je alleen het een, dan gaat het mis.

In de praktijk: zo ziet het eruit in een paneel

In dit voorbeeld gebruiken we DirectAdmin. Onder E-mail Beheer, MX Records zie je de MX-records van je domein. Bij elk record typ je de prioriteit in een vakje en de mailserver erachter, met een punt aan het eind. Daaronder staat het vinkje Gebruik deze server om mijn e-mails af te handelen. Bij MX Sjabloon kun je kant-en-klare instellingen voor bijvoorbeeld Microsoft 365 of Google Workspace kiezen.

In Mijn WebOké staat hetzelfde op het tabblad DNS van een domein; de schakelaar heet daar Aflevering.

In cPanel, Plesk, Cloudflare of bij je registrar ziet het scherm er anders uit, maar je vult altijd dezelfde drie dingen in: de naam (@ of leeg), de prioriteit en de mailserver.

Samenvatting

  • Het MX-record vertelt waar mail voor je domein heen moet. Het wijst naar een naam, nooit naar een IP-adres of CNAME.
  • Laagste prioriteit eerst; gelijke getallen delen de mail; het getal zelf betekent niets.
  • Zonder MX probeert de wereld je A-record (impliciete MX). Ontvang je nooit mail, gebruik dan MX 0 . (null MX).
  • Verhuis je je mail, verwijder dan de oude MX-records en zet de lokale aflevering op je hostingserver uit.

Quiz

1. Een domein heeft deze MX-records: MX 20 mx2.example.com. en MX 10 mx1.example.com. Welke server krijgt de mail als beide werken?



2. Welk MX-record is geldig?



3. Je domein ontvangt nooit mail. Hoe maak je dat duidelijk aan de rest van internet?



4. Je hebt de MX-records naar Microsoft 365 gezet. Mail van buiten komt aan, maar mail van je eigen contactformulier op je hostingpakket niet. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak?



Opdracht

Opzoeken (Z4.1): Zoek de MX-records van wikipedia.org op (of van je eigen domein). Vul in welke mailserver het laagste prioriteitsgetal heeft, en welk getal dat is.

Opdracht Z4.1: MX opzoeken




We slaan niets op van wat je invult of wat we vinden. Alleen je browser onthoudt dat je de opdracht hebt gehaald.

Zelf instellen (O4.1): Maak in je oefenzone <code>.dnspractice.eu twee MX-records: prioriteit 10 naar mail.<code>.dnspractice.eu en prioriteit 20 naar backup.<code>.dnspractice.eu. Maak voor beide namen een A-record: mail naar 192.0.2.25 en backup naar 192.0.2.26. Klik daarna op Controleren.1 en O4.1.

Opdracht O4.1 Deze opdracht doe je in je eigen oefenzone. De oefenzone komt later beschikbaar.

Verder lezen

De stappen in deze artikelen gelden voor de panelen van WebOké; in andere panelen werkt het vergelijkbaar.

Even geduld…

Stel je domeinen in

Regel per domein de nameservers, de koppeling aan je hosting en wie de eigenaar wordt.

Je domeinen laden…