Module 1 · 1.1
DNS: het telefoonboek van internet
Module 1: Wat is DNS? · Leestijd: 6 minuten
Leerdoel: Na deze les kun je in eigen woorden uitleggen wat DNS doet en waarom internet niet zonder kan.
Kernbegrippen: DNS, IP-adres, domeinnaam, opvragen (lookup), record
Computers rekenen met nummers, mensen met namen
Elke computer die op internet is aangesloten heeft een adres: het IP-adres. Het is een soort telefoonnummer. Er zijn twee varianten:
- IPv4, vier getallen met punten ertussen, bijvoorbeeld
192.0.2.10; - IPv6, langer, met dubbele punten, bijvoorbeeld
2001:db8::10.
Computers vinden elkaar alleen via die nummers. Wij mensen onthouden liever namen. example.com onthoud je makkelijker dan 192.0.2.10, en het nummer kan veranderen zonder dat de naam verandert. Verhuist een website naar een andere server, dan krijgt hij een ander nummer. De naam blijft gewoon hetzelfde.
Er is dus iets nodig dat namen vertaalt naar nummers. Dat is het Domain Name System, kort DNS.
Het telefoonboek
Je kunt DNS vergelijken met een telefoonboek, of met de contactenlijst in je telefoon. Je zoekt op een naam en krijgt een nummer terug. Typ je example.com in je browser, dan gebeurt er dit:
- Je browser vraagt aan de DNS: "Wat is het adres van example.com?"
- De DNS antwoordt: "192.0.2.10."
- Je browser maakt verbinding met 192.0.2.10 en vraagt om de website.
Dat opzoeken heet een opvraging of, in het Engels, een lookup. Het gaat razendsnel: meestal duurt het minder dan een tiende seconde. Je merkt er dus niets van, zolang het werkt.
Niet alleen voor websites
Het telefoonboek-beeld klopt bijna, maar DNS kan meer dan één nummer per naam bewaren. Bij een domeinnaam staan verschillende soorten gegevens, elk voor een ander doel. Zo'n gegeven heet een record. Een paar voorbeelden:
| Vraag | Soort record | Antwoord (voorbeeld) |
|---|---|---|
| Op welk IPv4-adres staat de website? | A | 192.0.2.10 |
| Op welk IPv6-adres staat de website? | AAAA | 2001:db8::10 |
| Waar moet e-mail voor dit domein heen? | MX | mail.example.com |
| Welke servers mogen mail sturen namens dit domein? | TXT (SPF) | v=spf1 ip4:192.0.2.25 ~all |
Stuurt iemand een mail naar info@example.com, dan vraagt de mailserver van de afzender dus niet om het A-record, maar om het MX-record: waar is de postbus van dit domein? Website en e-mail kunnen daardoor bij twee verschillende partijen staan. Dat is heel gewoon: de website bij de ene partij, de mail bij Microsoft 365 of Google Workspace.
Elk record heeft altijd drie dingen:
- een naam (bijvoorbeeld
example.comofwww.example.com); - een type (A, AAAA, MX, TXT en nog een handvol andere);
- een waarde (het antwoord).
Daarnaast staat er een getal bij dat zegt hoe lang een antwoord onthouden mag worden. Dat heet de TTL. Daar gaat module 6 over.
Wat DNS niet is
Een paar misverstanden komen vaak voor:
- DNS bewaart geen websites. Het vertelt alleen waar de website staat. De bestanden van je site staan op een webserver, niet in de DNS.
- DNS bewaart geen e-mail. Het vertelt alleen bij welke server de mail moet worden afgeleverd.
- DNS kent geen pagina's.
example.com/contactkun je niet in de DNS zetten. DNS kent alleen namen. Wat er na de eerste schuine streep komt, regelt de webserver (les 3.4). - DNS is geen eigendomsbewijs. Wie eigenaar is van een domeinnaam, staat bij de registry, niet in de DNS (les 1.3).
Een wereldwijd, verdeeld telefoonboek
Er is niet één grote computer met alle namen van internet. Dat zou nooit werken: er zijn honderden miljoenen domeinnamen en er worden elke seconde enorm veel vragen gesteld. DNS is daarom verdeeld. Elke partij beheert alleen zijn eigen stukje:
- de beheerder van
.nlweet welke servers het telefoonboek vanexample.comhebben; - die servers weten de records van
example.comzelf.
Hoe een vraag via die stukjes bij het juiste antwoord komt, zie je in les 1.4. Dat het verdeeld is, verklaart ook iets wat veel mensen verbaast: als je een record wijzigt, ziet niet iedereen dat tegelijk. Veel computers onderweg onthouden een antwoord een tijdje (de cache). Daar gaat les 6.1 en 6.2 over.
Waarom je dit als domeinhouder moet weten
Zolang alles werkt, hoef je niets met DNS. Maar je komt het tegen zodra:
- je website of e-mail naar een andere partij gaat;
- een dienst als Google, Microsoft, een webwinkelplatform of een nieuwsbriefdienst vraagt: "voeg dit record toe aan je DNS";
- je mail in de spam terechtkomt en iemand zegt dat je SPF, DKIM of DMARC niet goed staan;
- je website na een wijziging "bij de een wel en bij de ander niet" werkt.
Een klein foutje in de DNS kan je website of e-mail platleggen. Daarom loont het om te snappen wat je doet. Deze cursus helpt je daarbij, stap voor stap.
Samenvatting
- Computers vinden elkaar via IP-adressen (IPv4 zoals
192.0.2.10, IPv6 zoals2001:db8::10); mensen gebruiken namen. - DNS vertaalt namen naar gegevens, zoals IP-adressen en de mailserver van een domein.
- Elk gegeven is een record met een naam, een type en een waarde.
- DNS bewaart geen websites of mail en kent geen pagina's: het wijst alleen de weg.
- DNS is verdeeld over heel veel servers en antwoorden worden een tijdje onthouden (cache).
Quiz
Opdracht
Z1.1 Zoek het adres van een website. Zoek het IPv4-adres (A-record) en, als het er is, het IPv6-adres (AAAA-record) van sidn.nl op. Gebruik een online DNS-opvraagtool of, als je dat al kunt, nslookup sidn.nl in een opdrachtvenster. Vul de adressen in die je vindt.1.
Verder lezen
Deze artikelen beschrijven de stappen in de panelen van WebOké. Bij andere aanbieders werkt het vergelijkbaar.
