Module 2 · 2.2
Een zone lezen
Bekijk het in een korte film
Module 2: Nameservers en zones · Leestijd: 8 minuten
Leerdoel: Na deze les kun je een DNS-record lezen en schrijven: naam, TTL, klasse, type en waarde, inclusief het teken @ en de punt aan het eind.
Kernbegrippen: zonebestand, @, relatieve en volledige naam, punt aan het eind, SOA, serienummer, NS-record
De vijf delen van een record
In de techniek wordt een zone vaak geschreven als zonebestand: een tekstbestand met op elke regel één record. Ook als je paneel er een mooi formulier van maakt, staan er dezelfde vijf delen in:
www.example.com. 3600 IN A 192.0.2.10
│ │ │ │ │
naam TTL klasse type waarde| Deel | Betekenis |
|---|---|
| Naam | Voor welke naam het record geldt |
| TTL | Hoeveel seconden het antwoord onthouden mag worden (les 6.1) |
| Klasse | Altijd IN (internet). Panelen laten dit meestal weg |
| Type | Het soort record: A, AAAA, CNAME, MX, TXT, NS, SRV, CAA ... |
| Waarde | Het antwoord. Bij een MX en SRV staan daar ook getallen in, zoals de prioriteit |
Een paar voorbeelden:
example.com. 3600 IN A 192.0.2.10
example.com. 3600 IN MX 10 mail.example.com.
_dmarc.example.com. 3600 IN TXT "v=DMARC1; p=none"
shop.example.com. 3600 IN CNAME shops.example.net.Er kunnen meerdere records zijn met dezelfde naam en hetzelfde type. Twee MX-records voor example.com of twee A-records voor www is heel gewoon. Samen heten ze een recordset.
Het teken @
Het teken @ betekent in een zone: de naam van het domein zelf. In de zone van example.com is
@ 3600 IN A 192.0.2.10hetzelfde als
example.com. 3600 IN A 192.0.2.10De meeste panelen gebruiken @, of laten het naamveld leeg, voor de kale domeinnaam. Vraagt een dienst je om een record "op je domein" of "op de root van je domein", dan bedoelt hij @. Let op: "root van je domein" is iets anders dan de root van de DNS uit les 1.2.
Relatieve en volledige namen
In les 1.2 zag je de punt aan het eind. In een zone werkt het zo:
- Eindigt een naam op een punt, dan is hij volledig.
mail.example.com.is precies die naam. - Eindigt een naam niet op een punt, dan is hij relatief. De naam van de zone wordt erachter geplakt. In de zone van
example.comwordtmaildusmail.example.com..
Dat geldt zowel voor de naam van een record als voor een naam in de waarde, zoals bij CNAME, MX, NS en SRV. Bij een IP-adres in een A- of AAAA-record speelt het niet: daar zet je nooit een punt achter.
Vergelijk:
| Je vult in (zone example.com) | Wordt in werkelijkheid |
|---|---|
Naam: shop | shop.example.com. |
Naam: shop.example.com (zonder punt) | shop.example.com.example.com. |
Naam: shop.example.com. | shop.example.com. |
MX-waarde: mail.example.net | mail.example.net.example.com. (fout) |
MX-waarde: mail.example.net. | mail.example.net. (goed) |
Panelen gaan hier verschillend mee om. Sommige plakken altijd je domeinnaam achter het naamveld en tonen dat onder het veld. Sommige zetten automatisch een punt achter een waarde. Andere doen wat je typt. Er is één veilige werkwijze:
- Vul bij Naam alleen het eerste deel in (
shop,www,_dmarc), of@voor het domein zelf. - Vul bij een waarde die een naam is de volledige naam in met een punt aan het eind, tenzij het paneel duidelijk zegt dat dat niet hoeft.
- Kijk na het opslaan hoe het record in de lijst staat. Zie je je eigen domeinnaam er dubbel in, pas het dan aan.
Het SOA-record: de kop van de zone
Elke zone begint met precies één SOA-record (start of authority). Het bevat beheergegevens, zoals:
example.com. 3600 IN SOA ns1.hosting.example. hostmaster.example.com. (
2026110701 ; serienummer
14400 ; refresh
3600 ; retry
1209600 ; expire
300 ) ; minimum (negatieve cache)- De eerste naam is de primaire nameserver.
- De tweede is het e-mailadres van de beheerder, met een punt in plaats van
@:hostmaster.example.com.betekenthostmaster@example.com. - Het serienummer gaat omhoog bij elke wijziging. De andere nameservers zien daaraan dat er iets nieuws is en halen de zone opnieuw op. Vaak is het een datum met een volgnummer, zoals
2026110701. - De laatste waarde bepaalt onder andere hoe lang een antwoord "bestaat niet" onthouden mag worden (les 6.2).
Het SOA-record beheert je paneel meestal zelf. Je hoeft het bijna nooit aan te passen. Het is wel handig om te weten: verschillen de serienummers tussen je nameservers, dan heeft niet elke nameserver de laatste versie.
NS-records in de zone
In de zone staan ook NS-records voor het domein zelf:
@ 3600 IN NS ns1.hosting.example.
@ 3600 IN NS ns2.hosting.example.Die horen overeen te komen met de nameservers die bij de registry staan (les 2.1). Pas ze niet aan zonder ook bij de registrar de nameservers te wijzigen. Een NS-record voor een subdomein (klant.example.com NS ...) delegeert dat subdomein aan andere nameservers. Dat is gevorderd werk.
In de praktijk: zo ziet het eruit in een paneel
In DirectAdmin open je DNS Beheer. Je ziet een tabel met de kolommen Naam, TTL, Type en Waarde: precies de delen uit deze les, zonder de klasse. Een naam met een punt erachter, zoals example.com., is het domein zelf. In Mijn WebOké, tabblad DNS, vul je bij Naam @ in voor het domein zelf, en zie je onder het veld de volledige naam. cPanel (Zone Editor), Plesk, Cloudflare en de panelen van registrars werken met dezelfde velden; alleen de namen van de knoppen verschillen.
Samenvatting
- Een record bestaat uit naam, TTL, klasse (IN), type en waarde.
@betekent het domein zelf.- Een naam met punt aan het eind is volledig; zonder punt wordt de zonenaam erachter geplakt.
- Vul bij Naam alleen het eerste deel in, en controleer na het opslaan hoe het record eruitziet.
- Het SOA-record is de kop van de zone; het serienummer stijgt bij elke wijziging.
Quiz
Opdracht
Z2.2 Lees een SOA-record. Vraag het SOA-record van sidn.nl op (online tool of dig SOA sidn.nl). Vul in: (1) de primaire nameserver, (2) het serienummer.2.
Verder lezen
Deze artikelen beschrijven de panelen van WebOké. Bij andere aanbieders werkt het vergelijkbaar.
