Direct naar de inhoud

Cookie-instellingen

Kies per soort welke cookies je toestaat. Je kunt je keuze altijd wijzigen via Cookie-instellingen onderaan elke pagina. Privacyverklaring

Noodzakelijk

Altijd aan

Nodig om in te loggen, je winkelwagen te bewaren en je keuzes te onthouden. Deze staan altijd aan.

Welke cookies?
  • weboke_sessie, weboke_klant, weboke_remember: je sessie en ingelogd blijven
  • weboke_basket: je winkelwagen
  • wkBtwIncl: prijzen met of zonder btw tonen
  • wok_cookies: je cookiekeuze, 12 maanden

Meet welke advertentie tot een bezoek of bestelling leidt, zodat we niet betalen voor advertenties die niets doen.

Welke cookies?
  • Google Ads via Google Tag Manager (_gcl_au, _gcl_aw), tot 90 dagen
  • OpenAI Ads, advertenties in ChatGPT
  • wok_aff: via welke partner je bij ons kwam (affiliateprogramma), 60 dagen

4,6

Land en taal

Elk land heeft zijn eigen site, met prijzen en btw van dat land.

Bekijken

Een zone lezen

Bekijk het in een korte film

Een zone lezen in Mijn WebOké 0:50

Module 2: Nameservers en zones · Leestijd: 8 minuten

Leerdoel: Na deze les kun je een DNS-record lezen en schrijven: naam, TTL, klasse, type en waarde, inclusief het teken @ en de punt aan het eind.

Kernbegrippen: zonebestand, @, relatieve en volledige naam, punt aan het eind, SOA, serienummer, NS-record

De vijf delen van een record

In de techniek wordt een zone vaak geschreven als zonebestand: een tekstbestand met op elke regel één record. Ook als je paneel er een mooi formulier van maakt, staan er dezelfde vijf delen in:

www.example.com.   3600   IN   A   192.0.2.10
│                   │      │    │   │
naam                TTL    klasse type waarde
DeelBetekenis
NaamVoor welke naam het record geldt
TTLHoeveel seconden het antwoord onthouden mag worden (les 6.1)
KlasseAltijd IN (internet). Panelen laten dit meestal weg
TypeHet soort record: A, AAAA, CNAME, MX, TXT, NS, SRV, CAA ...
WaardeHet antwoord. Bij een MX en SRV staan daar ook getallen in, zoals de prioriteit

Een paar voorbeelden:

example.com.        3600  IN  A      192.0.2.10
example.com.        3600  IN  MX     10 mail.example.com.
_dmarc.example.com. 3600  IN  TXT    "v=DMARC1; p=none"
shop.example.com.   3600  IN  CNAME  shops.example.net.

Er kunnen meerdere records zijn met dezelfde naam en hetzelfde type. Twee MX-records voor example.com of twee A-records voor www is heel gewoon. Samen heten ze een recordset.

Een zone lezen in DirectAdmin 1:07

Het teken @

Het teken @ betekent in een zone: de naam van het domein zelf. In de zone van example.com is

@   3600  IN  A  192.0.2.10

hetzelfde als

example.com.   3600  IN  A  192.0.2.10

De meeste panelen gebruiken @, of laten het naamveld leeg, voor de kale domeinnaam. Vraagt een dienst je om een record "op je domein" of "op de root van je domein", dan bedoelt hij @. Let op: "root van je domein" is iets anders dan de root van de DNS uit les 1.2.

Relatieve en volledige namen

In les 1.2 zag je de punt aan het eind. In een zone werkt het zo:

  • Eindigt een naam op een punt, dan is hij volledig. mail.example.com. is precies die naam.
  • Eindigt een naam niet op een punt, dan is hij relatief. De naam van de zone wordt erachter geplakt. In de zone van example.com wordt mail dus mail.example.com..

Dat geldt zowel voor de naam van een record als voor een naam in de waarde, zoals bij CNAME, MX, NS en SRV. Bij een IP-adres in een A- of AAAA-record speelt het niet: daar zet je nooit een punt achter.

Vergelijk:

Je vult in (zone example.com)Wordt in werkelijkheid
Naam: shopshop.example.com.
Naam: shop.example.com (zonder punt)shop.example.com.example.com.
Naam: shop.example.com.shop.example.com.
MX-waarde: mail.example.netmail.example.net.example.com. (fout)
MX-waarde: mail.example.net.mail.example.net. (goed)

Panelen gaan hier verschillend mee om. Sommige plakken altijd je domeinnaam achter het naamveld en tonen dat onder het veld. Sommige zetten automatisch een punt achter een waarde. Andere doen wat je typt. Er is één veilige werkwijze:

  1. Vul bij Naam alleen het eerste deel in (shop, www, _dmarc), of @ voor het domein zelf.
  2. Vul bij een waarde die een naam is de volledige naam in met een punt aan het eind, tenzij het paneel duidelijk zegt dat dat niet hoeft.
  3. Kijk na het opslaan hoe het record in de lijst staat. Zie je je eigen domeinnaam er dubbel in, pas het dan aan.

Het SOA-record: de kop van de zone

Elke zone begint met precies één SOA-record (start of authority). Het bevat beheergegevens, zoals:

example.com.  3600  IN  SOA  ns1.hosting.example. hostmaster.example.com. (
               2026110701 ; serienummer
               14400      ; refresh
               3600       ; retry
               1209600    ; expire
               300 )      ; minimum (negatieve cache)
  • De eerste naam is de primaire nameserver.
  • De tweede is het e-mailadres van de beheerder, met een punt in plaats van @: hostmaster.example.com. betekent hostmaster@example.com.
  • Het serienummer gaat omhoog bij elke wijziging. De andere nameservers zien daaraan dat er iets nieuws is en halen de zone opnieuw op. Vaak is het een datum met een volgnummer, zoals 2026110701.
  • De laatste waarde bepaalt onder andere hoe lang een antwoord "bestaat niet" onthouden mag worden (les 6.2).

Het SOA-record beheert je paneel meestal zelf. Je hoeft het bijna nooit aan te passen. Het is wel handig om te weten: verschillen de serienummers tussen je nameservers, dan heeft niet elke nameserver de laatste versie.

NS-records in de zone

In de zone staan ook NS-records voor het domein zelf:

@   3600  IN  NS  ns1.hosting.example.
@   3600  IN  NS  ns2.hosting.example.

Die horen overeen te komen met de nameservers die bij de registry staan (les 2.1). Pas ze niet aan zonder ook bij de registrar de nameservers te wijzigen. Een NS-record voor een subdomein (klant.example.com NS ...) delegeert dat subdomein aan andere nameservers. Dat is gevorderd werk.

In de praktijk: zo ziet het eruit in een paneel

In DirectAdmin open je DNS Beheer. Je ziet een tabel met de kolommen Naam, TTL, Type en Waarde: precies de delen uit deze les, zonder de klasse. Een naam met een punt erachter, zoals example.com., is het domein zelf. In Mijn WebOké, tabblad DNS, vul je bij Naam @ in voor het domein zelf, en zie je onder het veld de volledige naam. cPanel (Zone Editor), Plesk, Cloudflare en de panelen van registrars werken met dezelfde velden; alleen de namen van de knoppen verschillen.

Samenvatting

  • Een record bestaat uit naam, TTL, klasse (IN), type en waarde.
  • @ betekent het domein zelf.
  • Een naam met punt aan het eind is volledig; zonder punt wordt de zonenaam erachter geplakt.
  • Vul bij Naam alleen het eerste deel in, en controleer na het opslaan hoe het record eruitziet.
  • Het SOA-record is de kop van de zone; het serienummer stijgt bij elke wijziging.

Quiz

1. Wat betekent @ in de zone van example.com?



2. In de zone van example.com maak je een MX-record met waarde 10 mail.example.net, zonder punt. Welke mailserver staat er dan in werkelijkheid?



3. Waarvoor dient het serienummer in het SOA-record?



4. Welk deel van een record laten de meeste panelen weg, omdat het altijd hetzelfde is?



Opdracht

Z2.2 Lees een SOA-record. Vraag het SOA-record van sidn.nl op (online tool of dig SOA sidn.nl). Vul in: (1) de primaire nameserver, (2) het serienummer.2.

Opdracht Z2.2: Een SOA lezen



We slaan niets op van wat je invult of wat we vinden. Alleen je browser onthoudt dat je de opdracht hebt gehaald.

Verder lezen

Deze artikelen beschrijven de panelen van WebOké. Bij andere aanbieders werkt het vergelijkbaar.

Even geduld…

Stel je domeinen in

Regel per domein de nameservers, de koppeling aan je hosting en wie de eigenaar wordt.

Je domeinen laden…