Module 1 · 1.2
Hoe een domeinnaam is opgebouwd
Module 1: Wat is DNS? · Leestijd: 7 minuten
Leerdoel: Na deze les kun je de delen van een domeinnaam benoemen en een naam van rechts naar links lezen.
Kernbegrippen: label, TLD (ccTLD en gTLD), tweede niveau, subdomein, root, punt aan het eind, FQDN, maximale lengte
Een naam bestaat uit labels
Neem de naam www.shop.voorbeeld.nl. Die bestaat uit vier stukjes, gescheiden door punten: www, shop, voorbeeld en nl. Elk stukje heet een label.
Je leest een domeinnaam van rechts naar links. Rechts staat het algemeenste deel, links het meest specifieke. Bij een postadres is dat net zo: je schrijft eerst de naam en als laatste het land, maar de post zoekt eerst het land en pas aan het eind de persoon. Een domeinnaam schrijf je ook zo, van specifiek naar algemeen, met het land (of een andere categorie) rechts en de naam van de computer links. DNS leest hem daarom van rechts naar links: eerst het land, als laatste de naam van de computer.
De boom
DNS is opgebouwd als een omgekeerde boom:
. (root)
┌─────────┼──────────┐
nl com org
┌───┴───┐ │ │
voorbeeld sidn google wikipedia
┌──┴──┐
www shop
│
www- Bovenaan staat de root, de wortel van de boom. Die heeft geen naam. Je schrijft hem als een losse punt.
- Daaronder staan de topleveldomeinen of TLD's:
nl,com,org,de,been ruim duizend andere. - Daaronder staan de namen die je kunt registreren, zoals
voorbeeldondernl. Dat heet het tweede niveau. Samen vormen zevoorbeeld.nl: je domeinnaam. - Alles wat je daar zelf links voor zet, is een subdomein:
www.voorbeeld.nl,shop.voorbeeld.nl, en zelfswww.shop.voorbeeld.nl. Die hoef je niet te registreren. Als houder vanvoorbeeld.nlmaak je ze zelf aan, zoveel als je wilt.
Soorten topleveldomeinen
Er zijn twee hoofdsoorten TLD's:
| Soort | Betekenis | Voorbeelden |
|---|---|---|
| ccTLD (country code) | Een landcode van twee letters | .nl (Nederland), .be (België), .de (Duitsland), .eu (Europese Unie) |
| gTLD (generic) | Een algemene categorie of merknaam | .com, .org, .net, .info, en nieuwere zoals .shop, .amsterdam, .app |
Strikt genomen is .eu geen land, maar het wordt wel als ccTLD behandeld. Elke TLD heeft eigen regels: wie mag registreren, hoe lang, hoe verhuizen werkt. Die regels stelt de beheerder van de TLD op (zie les 1.3).
Sommige landen werken met een extra niveau. In het Verenigd Koninkrijk registreer je bijvoorbeeld vaak onder .co.uk. Bij voorbeeld.co.uk is uk de TLD, maar registreer je op het derde niveau. Voor de werking van DNS maakt dat niets uit: het is gewoon een label meer.
De punt aan het eind
Officieel eindigt elke volledige naam met een punt, zoals in www.voorbeeld.nl. (let op de punt aan het eind). Die laatste punt is de root. In je browser typ je hem nooit, want je browser plakt hem er stilletjes achter. Maar in een DNS-paneel is hij belangrijk.
Een naam die eindigt op een punt heet een volledige naam of FQDN (fully qualified domain name). Een naam zonder punt aan het eind is in een DNS-paneel vaak een relatieve naam: het paneel zet je eigen domeinnaam erachter.
Stel, je beheert de DNS van voorbeeld.nl en je vult als waarde van een record mail.voorbeelddomein.nl in, zonder punt. Dan maakt het paneel daar in werkelijkheid van:
mail.voorbeelddomein.nl.voorbeeld.nl.Die naam bestaat niet, en je record werkt niet. Met een punt aan het eind (mail.voorbeelddomein.nl.) is het goed. Dit is een van de meest gemaakte fouten in DNS. Les 2.2 gaat hier verder op in. Sommige panelen zetten de punt er zelf achter of waarschuwen je; kijk na het opslaan altijd hoe het record eruitziet.
Hoofdletters, tekens en lengte
- Hoofdletters maken niet uit.
Voorbeeld.NLenvoorbeeld.nlzijn dezelfde naam. - Toegestane tekens voor hostnamen zijn letters, cijfers en het koppelteken (niet aan het begin of eind van een label). Namen met letters als é of ü (IDN, internationalized domain names) bestaan ook. Ze worden in de DNS opgeslagen als een code die begint met
xn--.café.nlwordt bijvoorbeeldxn--caf-dma.nl. - Een underscore (
_) kom je tegen in technische namen zoals_dmarc.voorbeeld.nlofselector1._domainkey.voorbeeld.nl. Die zijn niet bedoeld als websiteadres, maar voor speciale records (module 4). - Maximale lengte: één label mag maximaal 63 tekens zijn, de hele naam maximaal 253 tekens (zonder de laatste punt). Dat staat in RFC 1035.
Waar zit je domeinnaam en waar je subdomein?
Het onderscheid tussen domeinnaam en subdomein is praktisch belangrijk:
- De domeinnaam (
voorbeeld.nl) registreer en betaal je bij een registrar. Daar stel je ook de nameservers in. - Subdomeinen (
www,shop,mail) maak je zelf aan in de DNS van je domein. Daar heb je geen registrar voor nodig.
De naam voorbeeld.nl zelf, zonder iets ervoor, noemen we in deze cursus de kale domeinnaam. In vaktaal heet dat de apex of zone apex. In panelen wordt hij vaak geschreven als @.
Samenvatting
- Een domeinnaam bestaat uit labels gescheiden door punten; je leest hem van rechts naar links.
- Rechts staat de TLD (ccTLD zoals
.nlof gTLD zoals.com), daarvoor de geregistreerde naam, daarvoor subdomeinen. - De root is een losse punt; een naam met punt aan het eind is een volledige naam (FQDN).
- Zonder punt aan het eind plakt een paneel je eigen domeinnaam erachter.
- Een label is maximaal 63 tekens, een naam maximaal 253; hoofdletters tellen niet.
Quiz
Opdracht
Opdracht Z1.2: Een naam ontleden. Neem de naam nl.wikipedia.org. Vul in: (1) de TLD, (2) de geregistreerde domeinnaam, (3) het subdomein. Zoek daarna op welke nameservers de TLD org heeft (NS-record van org.) en vul er één in.
Verder lezen
Deze artikelen beschrijven de situatie bij WebOké. Bij andere aanbieders werkt het vergelijkbaar.
