Direct naar de inhoud

Cookie-instellingen

Kies per soort welke cookies je toestaat. Je kunt je keuze altijd wijzigen via Cookie-instellingen onderaan elke pagina. Privacyverklaring

Noodzakelijk

Altijd aan

Nodig om in te loggen, je winkelwagen te bewaren en je keuzes te onthouden. Deze staan altijd aan.

Welke cookies?
  • weboke_sessie, weboke_klant, weboke_remember: je sessie en ingelogd blijven
  • weboke_basket: je winkelwagen
  • wkBtwIncl: prijzen met of zonder btw tonen
  • wok_cookies: je cookiekeuze, 12 maanden

Meet welke advertentie tot een bezoek of bestelling leidt, zodat we niet betalen voor advertenties die niets doen.

Welke cookies?
  • Google Ads via Google Tag Manager (_gcl_au, _gcl_aw), tot 90 dagen
  • OpenAI Ads, advertenties in ChatGPT
  • wok_aff: via welke partner je bij ons kwam (affiliateprogramma), 60 dagen

4,6

Land en taal

Elk land heeft zijn eigen site, met prijzen en btw van dat land.

Bekijken

Een webwinkel of sitebouwer koppelen

Module 7: Externe diensten koppelen · Leestijd: 9 minuten

Leerdoel: Na deze les kun je je domein koppelen aan een platform als Shopify of Wix zonder dat je e-mail stopt.

Kernbegrippen: A-record op @, CNAME voor www, conflicterende records opruimen, AAAA, nameservers naar het platform, mailrecords meeverhuizen, winkelmail-records

Twee routes

Bouw je je website of webwinkel bij een platform zoals Shopify, Wix, Squarespace of Webflow, dan wil je dat bezoekers op example.com en www.example.com bij dat platform uitkomen. Platforms bieden daar bijna altijd twee manieren voor:

Route 1: records toevoegenRoute 2: nameservers naar het platform
Wat doe je?Je past een paar records aan bij je huidige DNS-beheerderJe laat het platform je hele DNS beheren
Wie beheert de DNS?Blijft hetzelfdeHet platform
Je e-mailBlijft werken, je raakt de mailrecords niet aanWerkt alleen als je alle mailrecords bij het platform opnieuw zet
Geschikt alsJe e-mail ergens anders draait (bij je webhost, Microsoft 365, Google)Je alles bij het platform wilt hebben, of geen mail op het domein hebt

De meeste problemen in de praktijk ontstaan bij route 2: de website werkt meteen, maar de e-mail stopt, omdat de MX- en andere mailrecords bij de oude nameservers zijn achtergebleven (les 2.1).

Een webwinkel of sitebouwer koppelen 0:48

Route 1: records toevoegen (voorbeeld Shopify)

Shopify geeft op het moment van schrijven deze twee records op:

example.com.       3600   IN   A       23.227.38.65
www.example.com.   3600   IN   CNAME   shops.myshopify.com.
  • A-record op @. De kale domeinnaam kan geen CNAME hebben, omdat daar ook je MX-, NS- en SOA-records staan (les 3.2). Daarom geeft het platform hier een IP-adres.
  • CNAME voor www. Voor www kan het wel een naam zijn. Het voordeel: als het platform zijn servers verhuist, past het alleen zijn eigen DNS aan en hoef jij niets te doen.

Andere platforms werken net zo, met hun eigen IP-adres en doelnaam. Wix geeft bijvoorbeeld een A-record en een CNAME voor www naar een naam van Wix. Neem altijd over wat het platform voor jouw domein toont. Het IP-adres kan per platform, regio of moment verschillen.

Ruim op wat in de weg zit

Hier gaat het vaak mis. Het platform wil dat zijn records de enige zijn voor die namen:

  • Een tweede A-record op @. Staan er twee A-records (het oude IP van je webhost en het nieuwe van het platform), dan kiest elke bezoeker willekeurig een van de twee. De helft komt op je oude site uit. Wijzig het bestaande A-record in plaats van er een bij te zetten.
  • Een oud AAAA-record. Had je webhost ook een IPv6-adres, dan staat er vaak nog een AAAA-record op @ of www. Bezoekers met IPv6 (een groot deel van de mobiele netwerken) komen dan nog op de oude server. Geeft het platform geen IPv6-adres op, verwijder dan de AAAA-records van @ en www.
  • Een A-record voor www. Een CNAME mag niet naast een ander record met dezelfde naam staan. Verwijder het A- of AAAA-record voor www eerst, en maak dan de CNAME.
  • Een wildcard (*). Een wildcard is geen probleem: de naam www die je apart maakt, gaat voor (les 3.3).

Wat je laat staan

Laat de MX-records, het A-record voor mail (als je dat hebt), SPF, DKIM en DMARC staan. Een webwinkel heeft die niet nodig om je website te tonen. Wijzig je ze toch, dan stopt je mail.

Draait je website nu bij een webhost die ook je mail verzorgt, let dan op je mailprogramma. Staat daar als server example.com of mail.example.com ingevuld, en wees mail via een wildcard naar je webhost? Na de wissel wijst example.com naar het platform, en dan vindt je mailprogramma je mailbox niet meer. Maak dan een apart A-record mail naar het IP-adres van je mailserver, of vul in je mailprogramma de servernaam in die je mailprovider opgeeft.

Certificaat

Het platform vraagt zelf een certificaat (https) aan zodra je records naar hem wijzen. Dat lukt pas als de oude records uit de caches zijn (les 6.1). Duurt het langer dan een paar uur, kijk dan of er nog een oud A- of AAAA-record staat, of een CAA-record dat de certificaatuitgever van het platform niet toelaat (les 5.2).

Route 2: nameservers naar het platform

Kies je ervoor om de nameservers naar het platform te zetten, dan beheert het platform vanaf dat moment je hele zone. Alles wat bij je vorige DNS-beheerder stond, telt niet meer. Wat je bij het platform niet opnieuw invult, bestaat niet.

Een voorbeeld uit de praktijk, geanonimiseerd: een klant liet de nameservers van zijn domein naar een sitebouwer wijzen en bestelde daarna mail bij een andere partij. De sitebouwer had netjes een MX-record mail.example.com en een SPF-record aangemaakt, maar er was geen A-record voor mail. De naam mail.example.com bestond dus niet (NXDOMAIN). Versturen lukte, ontvangen niet: andere mailservers wisten niet waar ze de mail moesten afleveren. Eén A-record mail met het IP-adres van de mailserver loste het op.

Gebruik je route 2, zet dan bij het platform:

example.com.             3600   IN   MX    10 mail.example.com.
mail.example.com.        3600   IN   A     192.0.2.25
example.com.             3600   IN   TXT   "v=spf1 a mx include:spf.mailprovider.example ~all"
x._domainkey.example.com. 3600  IN   TXT   "v=DKIM1; k=rsa; p=..."
_dmarc.example.com.      3600   IN   TXT   "v=DMARC1; p=none; rua=mailto:dmarc@example.com"

met de echte waarden van je mailprovider. Gebruik je Microsoft 365 of Google Workspace, zet dan de records uit les 7.1 of 7.2. Vergeet ook verificatie-TXT-records en subdomeinen niet die je al had.

Maak vóór de wissel een kopie van je huidige zone (een export of schermafbeelding), zodat je weet wat er moet staan (les 6.3).

Winkelmail: records voor e-mail vanuit het platform

Webwinkels versturen orderbevestigingen. Om die vanaf je eigen domein te laten komen, vraagt het platform vaak extra records, meestal een paar CNAME-records voor DKIM en soms een eigen subdomein voor de afzender. Dat zijn extra records naast je bestaande mailrecords. Ze hebben eigen namen en vervangen je MX niet. Let op dubbele domeinnamen (naam.example.com.example.com) en de punt aan het eind (les 2.2). Verstuurt het platform namens jouw domein, controleer dan of het in je SPF-record moet, en of je DMARC-beleid het toelaat (les 7.4).

In de praktijk: zo ziet het eruit in een paneel

In het voorbeeldpaneel Mijn WebOké wijzig je op het tabblad DNS het bestaande A-record van @ met Bewerk, verwijder je de AAAA-records en maak je met Record toevoegen een CNAME www naar de naam van het platform. In DirectAdmin doe je hetzelfde in DNS Beheer; daar wijzen @ en * standaard naar het pakket, dus maak je www apart aan.

In andere panelen, zoals cPanel, Plesk, Cloudflare of het DNS-scherm van je registrar, heten de knoppen anders, maar het zijn dezelfde records. Sommige platforms bieden een knop "automatisch verbinden" die via een koppeling met je registrar de records zet; kijk daarna altijd even of de oude A- en AAAA-records echt weg zijn.

Samenvatting

  • Route 1 (records toevoegen) houdt je mail intact; route 2 (nameservers naar het platform) vraagt dat je alle mailrecords bij het platform opnieuw zet.
  • Op @ komt een A-record, op www meestal een CNAME. Een CNAME op @ kan niet.
  • Wijzig het bestaande A-record in plaats van er een bij te zetten, en ruim oude AAAA-records en een A-record voor www op.
  • Laat MX, SPF, DKIM en DMARC staan; let op een mailprogramma dat example.com als server gebruikt.
  • Winkelmail-records zijn extra records en vervangen je MX niet.

Quiz

1. Je zet de nameservers van je domein naar een sitebouwer. De website werkt, maar je ontvangt geen mail meer. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak?



2. Na het koppelen aan een webwinkel ziet de helft van je bezoekers nog de oude site. Wat controleer je eerst?



3. Waarom geeft een platform voor de kale domeinnaam een A-record en voor www een CNAME?



4. Je webwinkel vraagt drie CNAME-records voor het versturen van orderbevestigingen. Wat doe je met je bestaande MX-records?



Opdracht

Opdracht Z7.3: Een webwinkel herkennen. Kijk hoe een platform de "CNAME voor www"-route zelf regelt.

  1. Zoek het A-record van shops.myshopify.com. Begint het adres met 23.227.38.?
  2. Kies een webwinkel of website die je kent en die bij een platform draait. Zoek het CNAME-record van www.<dat domein> en het A-record van de kale domeinnaam. Vul de domeinnaam en beide antwoorden in.

De controle vraagt de records live op bij het inleveren.

Opdracht Z7.3: Een webwinkel herkennen





Wat je invult en wat we live vinden, slaan we niet op. Je browser onthoudt je antwoorden en of je de opdracht hebt gehaald. Ben je aangemeld, dan bewaren we alleen dat je de opdracht (bijna) goed had in Mijn cursussen; daar kun je het ook verwijderen.

Opdracht O7.3: Zelf instellen in je oefenzone. Richt je oefenzone <code>.dnspractice.eu in alsof je hem aan een webwinkelplatform koppelt, zonder de mail te breken. In de oefenzone gebruik je de nepdienst shop-demo.dnspractice.eu; bij je echte domein neem je de waarden over uit het beheerscherm van het platform.

  1. Zet een A-record op <code>.dnspractice.eu met 203.0.113.10 (het "platform"). Er mag maar één A-record op <code>.dnspractice.eu staan.
  2. Zorg dat er geen AAAA-record op <code>.dnspractice.eu en op www.<code>.dnspractice.eu staat.
  3. Maak een CNAME www.<code>.dnspractice.eu naar shops.shop-demo.dnspractice.eu. Staat er een A-record voor www, verwijder dat dan eerst.
  4. Laat je MX-records op <code>.dnspractice.eu staan. Er moet minstens één MX blijven.

Opdracht O7.3

Deze opdracht doe je in je eigen oefenzone: een echte DNS-zone op de nameservers van WebOké, alleen voor jou. Meld je aan met je e-mailadres. Je krijgt een inloglink per mail en komt daarna terug op deze les. We gebruiken je adres alleen voor de cursus.

Verder lezen

Deze pagina's beschrijven de stappen in de panelen van WebOké (DirectAdmin en Mijn WebOké). In andere panelen werkt het op dezelfde manier.

Even geduld…

Stel je domeinen in

Regel per domein de nameservers, de koppeling aan je hosting en wie de eigenaar wordt.

Je domeinen laden…