Direct naar de inhoud

Cookie-instellingen

Kies per soort welke cookies je toestaat. Je kunt je keuze altijd wijzigen via Cookie-instellingen onderaan elke pagina. Privacyverklaring

Noodzakelijk

Altijd aan

Nodig om in te loggen, je winkelwagen te bewaren en je keuzes te onthouden. Deze staan altijd aan.

Welke cookies?
  • weboke_sessie, weboke_klant, weboke_remember: je sessie en ingelogd blijven
  • weboke_basket: je winkelwagen
  • wkBtwIncl: prijzen met of zonder btw tonen
  • wok_cookies: je cookiekeuze, 12 maanden

Meet welke advertentie tot een bezoek of bestelling leidt, zodat we niet betalen voor advertenties die niets doen.

Welke cookies?
  • Google Ads via Google Tag Manager (_gcl_au, _gcl_aw), tot 90 dagen
  • OpenAI Ads, advertenties in ChatGPT
  • wok_aff: via welke partner je bij ons kwam (affiliateprogramma), 60 dagen

4,6

Land en taal

Elk land heeft zijn eigen site, met prijzen en btw van dat land.

Bekijken

NS, SOA en andere records

Module 5: Overige records · Leestijd: 7 minuten

Leerdoel: Na deze les herken je de overige records die je in een zone tegenkomt, en weet je dat je ze meestal niet aanraakt.

Kernbegrippen: NS in de zone, SOA (serienummer, refresh, retry, expire, minimum), TLSA (DANE), HTTPS en SVCB, DS en DNSKEY

Records die er gewoon staan

Open je het DNS-scherm van een domein, dan zie je naast A, CNAME, MX en TXT vaak nog een paar records die je niet zelf hebt gemaakt. De meeste zijn er om een goede reden, en je laat ze staan. In deze les leer je ze herkennen, zodat je niet schrikt en ze niet per ongeluk weghaalt.

RecordWat het doetZelf aanpassen?
NSWelke nameservers de zone beherenZelden
SOADe technische kop van de zoneNee, dat doet het paneel
TLSAVingerafdruk van een certificaat (DANE)Alleen als je DANE gebruikt
HTTPS / SVCBHints voor een snellere, veilige verbindingMeestal regelt je DNS-partij het
DS / DNSKEYOnderdelen van DNSSECNee, via de DNSSEC-knop
PTRVan IP-adres terug naar naamNiet in je eigen zone (les 4.6)

NS: de nameservers in je eigen zone

In les 2.1 heb je gezien dat de registry vastlegt welke nameservers je domein heeft. Diezelfde nameservers staan ook in je eigen zone als NS-records:

example.com.  3600  IN  NS  ns1.hosting.example.
example.com.  3600  IN  NS  ns2.hosting.example.

De twee lijsten moeten overeenkomen. Wijzig je de NS-records in je zone, dan verandert er bij de registry niets: nameservers wijzigen doe je bij je registrar (les 2.3). Laat de NS-records van de kale domeinnaam dus staan.

Een NS-record op een subdomein is wel iets wat je zelf kunt maken. Daarmee geef je het beheer van dat subdomein aan een andere partij:

lab.example.com.  3600  IN  NS  ns1.otherprovider.example.

Alles onder lab.example.com wordt dan bij die andere nameserver opgevraagd. Dat heet een delegatie, precies wat een registry voor je hele domein doet.

SOA: de technische kop

Elke zone heeft precies één SOA-record (Start of Authority), op de kale domeinnaam. Veel panelen tonen het niet eens. Zo ziet het eruit:

example.com.  3600  IN  SOA  ns1.hosting.example. hostmaster.example.com. (
                              2026110701  ; serienummer
                              14400       ; refresh
                              3600        ; retry
                              1209600     ; expire
                              300 )       ; minimum
VeldBetekent
ns1.hosting.example.De hoofdnameserver van de zone
hostmaster.example.com.Het e-mailadres van de beheerder, met een punt in plaats van de @: hostmaster@example.com
SerienummerEen versienummer. Bij elke wijziging gaat het omhoog. Vaak in de vorm jaar-maand-dag-volgnummer.
Refresh, retry, expireHoe vaak extra nameservers bij de hoofdserver controleren of er een nieuwe versie is, hoe snel ze het opnieuw proberen, en wanneer ze stoppen met antwoorden als de hoofdserver te lang onbereikbaar is
MinimumHoe lang een resolver mag onthouden dat een naam niet bestaat (de negatieve cache, RFC 2308). Daarover meer in les 6.2.

Het serienummer is handig bij het zoeken naar problemen. Geven twee nameservers van hetzelfde domein een ander serienummer, dan hebben ze een verschillende versie van de zone. De een geeft dan misschien al je nieuwe record, de ander nog het oude. Met een opzoektool (les 8.2) kun je het serienummer per nameserver opvragen.

TLSA: DANE voor mail

Een TLSA-record (RFC 6698) bevat een vingerafdruk van het certificaat van een server. Dat heet DANE. Een verzendende mailserver kan dan controleren of hij echt met jouw mailserver praat en niet met een indringer. DANE werkt alleen als je domein DNSSEC heeft (les 8.1). Je ziet TLSA-records onder namen als:

_25._tcp.mail.example.com.  IN  TLSA  3 1 1 <lange hexcode>

Dat betekent: poort 25, protocol tcp, server mail.example.com. Een TLSA-record dat niet meer bij het certificaat past (bijvoorbeeld na een vernieuwing met een nieuwe sleutel), laat mail van strenge afzenders weigeren. Maak het alleen als je paneel het automatisch bijhoudt.

HTTPS en SVCB: hints voor de browser

Het HTTPS-record en zijn algemene broertje SVCB (RFC 9460) zijn nieuw. Ze geven een browser vooraf informatie, bijvoorbeeld dat de site HTTP/3 ondersteunt en op welke adressen hij draait. Dat maakt de eerste verbinding iets sneller.

example.com.  300  IN  HTTPS  1 . alpn="h3,h2" ipv4hint=192.0.2.10

Let op: ondanks de naam heeft het HTTPS-record niets te maken met je SSL-certificaat. Zonder HTTPS-record werkt https gewoon. Grote DNS-partijen met een eigen netwerk zetten dit record vaak automatisch. Zelf maken is zelden nodig.

DS en DNSKEY: DNSSEC

DNSKEY-records bevatten de publieke sleutels waarmee je zone is ondertekend. Het DS-record is een vingerafdruk van die sleutel en staat niet in je eigen zone, maar bij de registry. Samen vormen ze de vertrouwensketen van DNSSEC. Je beheert ze niet met de hand, maar via de DNSSEC-functie van je DNS-partij. Les 8.1 legt uit hoe het werkt en wat er misgaat bij een verhuizing.

Samenvatting

  • NS-records op de kale domeinnaam laat je staan; nameservers wijzig je bij de registrar. Een NS-record op een subdomein geeft het beheer daarvan aan een ander.
  • Het SOA-record is de kop van de zone, met een serienummer dat bij elke wijziging omhoog gaat. Het minimumveld bepaalt de negatieve cache.
  • TLSA (DANE) koppelt een certificaat aan een server en werkt alleen met DNSSEC.
  • HTTPS- en SVCB-records zijn hints voor de browser en hebben niets met je certificaat te maken.
  • DS en DNSKEY horen bij DNSSEC en beheer je via de DNSSEC-functie.

Quiz

1. Je wijzigt de NS-records van example.com in je eigen zone. Wat verandert er bij de registry?



2. Wat zegt het serienummer in het SOA-record?



3. Je ziet een HTTPS-record in je zone. Wat betekent dat?



4. Waarvoor dient het minimumveld in het SOA-record tegenwoordig?



Opdracht

Z5.3 (opzoeken): Zoek het SOA-record van sidn.nl op. Vul de hoofdnameserver (het eerste veld) en het serienummer in.

Er is bij deze les geen instelopdracht: deze records maak je zelden zelf.

Opdracht Z5.3: SOA-velden



We slaan niets op van wat je invult of wat we vinden. Alleen je browser onthoudt dat je de opdracht hebt gehaald.

Verder lezen

Deze artikelen beschrijven de panelen van WebOké; in andere panelen werkt het vergelijkbaar.

Even geduld…

Stel je domeinen in

Regel per domein de nameservers, de koppeling aan je hosting en wie de eigenaar wordt.

Je domeinen laden…