Je ziet hoe je browser via DNS het IP-adres van een domeinnaam opzoekt, en hoe een mailserver op dezelfde manier vindt waar de mail heen moet.
Lees de les: 1.1 DNS: het telefoonboek van internetDNS in korte films
Korte animaties en schermopnames bij de lessen.
Wat is DNS?
Je ziet hoe de naam www.shop.voorbeeld.nl uit labels bestaat, waarom je hem van rechts naar links leest en hoe de boom van de DNS eruitziet.
Lees de les: 1.2 Hoe een domeinnaam is opgebouwdJe ziet welke partijen er rond een domeinnaam zijn: IANA voor de root, de registry per TLD, de registrar waar je registreert en jij als houder. En waar je dat in een whois terugvindt.
Lees de les: 1.3 Registry, registrar en houder: wie regelt wat?Je ziet hoe een resolver stap voor stap het antwoord vindt: via de rootserver en de nameserver van .nl naar de nameserver van het domein, en hoe de cache de volgende vraag meteen beantwoordt.
Lees de les: 1.4 De reis van een DNS-vraagNameservers en zones
Je ziet dat de registry naar de nameservers van je domein wijst en dat alleen de zone op die nameservers telt. Een wijziging op een andere plek doet niets.
Lees de les: 2.1 Nameservers en records: het verschilJe ziet in DNS Beheer van DirectAdmin hoe je een DNS-record leest: naam, TTL, type en waarde, wat @ betekent en waarom er soms een punt achter een naam staat.
Lees de les: 2.2 Een zone lezenJe ziet op het tabblad DNS van een domein in Mijn WebOké de nameservers, de records en hoe het paneel van een korte naam de volledige naam maakt.
Lees de les: 2.2 Een zone lezenJe ziet in Mijn WebOké waar je de nameservers van een domein wijzigt en waarom je eerst de zone bij de nieuwe partij klaarzet. In de film slaan we niets op.
Lees de les: 2.3 Nameservers wijzigen en glue recordsRecords voor je website
Je ziet in DirectAdmin hoe je een naam naar een IPv4-adres (A-record) en naar een IPv6-adres (AAAA-record) laat wijzen. In de film gebruiken we documentatieadressen.
Lees de les: 3.1 A- en AAAA-recordsJe ziet in Mijn WebOké hoe je een CNAME maakt voor een subdomein dat naar een platform wijst, waarom de punt aan het eind belangrijk is en waarom een CNAME niet op de kale domeinnaam kan.
Lees de les: 3.2 CNAME en de kale domeinnaamJe ziet hoe een wildcard-record *.voorbeeld.nl antwoord geeft voor namen die niet in de zone staan, en waarom een naam met een eigen record altijd voorgaat.
Lees de les: 3.3 Subdomeinen en wildcardsJe ziet hoe je in DirectAdmin een subdomein aanmaakt, zoals shop.jouwdomein.nl, met een eigen map voor de website.
Lees de les: 3.3 Subdomeinen en wildcardsJe ziet dat DNS alleen de naam uit een webadres gebruikt, en dat doorsturen naar een andere pagina of naar https altijd op de webserver gebeurt.
Lees de les: 3.4 www, doorsturen en wat DNS niet doetRecords voor e-mail
Je ziet in DirectAdmin de MX-records van een domein, wat de prioriteit betekent en waarom je bij een andere mailpartij ook het vinkje voor lokale aflevering moet aanpassen.
Lees de les: 4.1 MX-records en prioriteitJe ziet in Mijn WebOké hoe je een TXT-record maakt om je domein bij een dienst als Google te verifiëren, en dat je de aanhalingstekens niet zelf hoeft te typen.
Lees de les: 4.2 TXT-records en domeinverificatieJe ziet hoe een ontvangende mailserver het SPF-record van een domein gebruikt als gastenlijst: staat de verzendende server erop of niet.
Lees de les: 4.3 SPF: wie mag mailen namens jouw domein?Je ziet hoe je in DirectAdmin het bestaande SPF-record opent met de SPF-hulp, waar je een dienst toevoegt met Inclusief Domein en hoe je de modus kiest. Zo houd je één SPF-record.
Lees de les: 4.3 SPF: wie mag mailen namens jouw domein?Je ziet hoe de verzendende mailserver een mail ondertekent met een geheime sleutel, en hoe de ontvanger de publieke sleutel in de DNS ophaalt om de handtekening te controleren.
Lees de les: 4.4 DKIM: de handtekening onder je mailJe ziet in DNS Beheer van DirectAdmin waar het DKIM-record staat: de selector, _domainkey en de publieke sleutel.
Lees de les: 4.4 DKIM: de handtekening onder je mailJe ziet hoe een ontvanger SPF, DKIM en de uitlijning met het Van-adres combineert, en hoe jouw DMARC-beleid bepaalt wat er met mail gebeurt die niet klopt.
Lees de les: 4.5 DMARC: wat ontvangers moeten doen met nepmailJe ziet in DirectAdmin het DMARC-record op _dmarc, de keuze voor het beleid (geen, quarantaine, weigeren), het adres voor rapporten en de uitlijning.
Lees de les: 4.5 DMARC: wat ontvangers moeten doen met nepmailJe ziet het verschil tussen een A-record (naam naar nummer) en een PTR-record (nummer naar naam), hoe het IP-adres achterstevoren in in-addr.arpa staat en waarom mailservers erop letten.
Lees de les: 4.6 Reverse DNS (PTR): van nummer terug naar naamOverige records
Je ziet in Mijn WebOké hoe je een SRV-record invult: de naam met dienst en protocol, prioriteit, gewicht, poort en doel.
Lees de les: 5.1 SRV-recordsJe ziet hoe een certificaatuitgever het CAA-record opzoekt, eerst bij de exacte naam en dan een niveau hoger, en waarom een andere uitgever dan geen certificaat mag maken.
Lees de les: 5.2 CAA: wie mag certificaten uitgeven?Tijd, cache en verhuizen
Je ziet hoe een resolver een record met TTL 3600 onthoudt, hoe de tijd aftelt en waarom een wijziging pas zichtbaar wordt als de TTL in de cache op is.
Lees de les: 6.1 TTL en cacheJe ziet dat een DNS-wijziging niet over internet wordt verspreid: elke resolver geeft het oude antwoord tot zijn eigen cache verloopt, en die begon op een ander moment met aftellen.
Lees de les: 6.2 'Propagatie': waarom de een het al ziet en de ander nietJe ziet hoe je met een online DNS-checker één naam bij resolvers in verschillende landen opvraagt. Zo zie je of de wereld een wijziging al ziet.
Lees de les: 6.2 'Propagatie': waarom de een het al ziet en de ander nietJe ziet de tijdlijn van een verhuizing zonder storing: back-up en klaarzetten, TTL omlaag, de wissel, controleren en pas daarna de oude dienst opzeggen. Met de valkuilen per stap.
Lees de les: 6.3 DNS bij een verhuizingExterne diensten koppelen
Je ziet in Mijn WebOké welke records Snel instellen voor Microsoft 365 klaarzet: MX, SPF en autodiscover, en wat je daarna zelf in Microsoft 365 doet. In de film voeren we het niet uit.
Lees de les: 7.1 Microsoft 365 koppelenJe ziet in Mijn WebOké welke records Snel instellen voor Google Workspace klaarzet: de MX naar smtp.google.com en SPF, en wat je daarna zelf in Google doet. In de film voeren we het niet uit.
Lees de les: 7.2 Google Workspace koppelenJe ziet de twee manieren om je domein aan een platform als Shopify te koppelen: records toevoegen, of de nameservers naar het platform zetten. En waarom bij de tweede route je e-mail kan stoppen.
Lees de les: 7.3 Een webwinkel of sitebouwer koppelenJe ziet in DirectAdmin hoe je het DKIM-record van een nieuwsbriefdienst toevoegt als CNAME: alleen het deel vóór je domein in het naamveld, en de doelnaam met een punt aan het eind.
Lees de les: 7.4 Nieuwsbrief- en verzenddienstenJe ziet hoe je een zone record voor record overzet naar een andere DNS-partij, welke records voor de mail mee moeten, waarom mailnamen geen proxy krijgen en wanneer je de nameservers wijzigt.
Lees de les: 7.5 Je DNS bij een andere partij, zoals CloudflareVeiligheid en problemen oplossen
Je ziet hoe DNSSEC een keten van handtekeningen vormt van de root via .nl naar je domein, met de DS-vingerafdruk bij de ouder, en waarom de keten breekt als de DS na een verhuizing niet meer past.
Lees de les: 8.1 DNSSEC in gewone taalJe ziet hoe je een domein invult op dnsviz.net en hoe je het plaatje leest: de keten van DS naar DNSKEY naar de ondertekende records, eerst bij een goed ondertekend domein en dan bij een domein met een bewust kapotte keten.
Lees de les: 8.1 DNSSEC in gewone taalJe ziet hoe je met dig en nslookup records opvraagt, hoe je de uitvoer leest (status, antwoord, TTL) en hoe je met @ een nameserver direct vraagt.
Lees de les: 8.2 DNS opvragen met dig en nslookupJe ziet drie online tools na elkaar: een DNS-checker per land, de website-test van internet.nl en het DNSSEC-plaatje van DNSViz, en voor welke vraag je elke tool gebruikt.
Lees de les: 8.3 Online DNS-toolsJe ziet hoe je met de gratis tool Domein gezondheid in één keer de basis van een domein controleert: registratie, nameservers, A-record, website, SSL, DNSSEC en DMARC.
Lees de les: 8.3 Online DNS-toolsTien fouten die in de praktijk elke week voorkomen, per fout met hoe je hem herkent en hoe je hem oplost.
Lees de les: 8.4 Veelgemaakte fouten